In je lichaam werken twee krachten samen, de hele dag door: de sympathicus en de parasympathicus. Niet tegen elkaar, maar mét elkaar. Zoals twee vrienden die elkaar aanvullen.
De ene kracht helpt je in beweging komen. Hij maakt je alert, wakker, klaar om te reageren. Hij zorgt dat je kunt opstaan, handelen en je weg vindt in de wereld.
De andere kracht helpt je weer zakken. Hij brengt rust, herstel en ruimte. Hij laat je lichaam voelen wanneer het veilig is om los te laten.
Deze krachten wisselen elkaar voortdurend af. Ze zorgen voor actie en rust, spanning en ontspanning, doen en zijn. Meestal gaat dat vanzelf en onbewust. Je lichaam weet precies wanneer welke vriend nodig is.
Uit balans
Maar soms raakt de balans wat zoek. Dan blijf je langer ‘aan’ staan dan prettig is. Of lukt het niet goed om weer op gang te komen. Niet omdat je iets verkeerd doet, maar omdat je lichaam probeert voor je te zorgen.
Je hoeft zelf niet in te grijpen of te corrigeren. Je hoeft alleen maar op te merken, te voelen en even naar jezelf te luisteren. Want beide vrienden horen erbij. De een hoeft niet weg voordat de ander mag komen en er weer ruimte is.
Misschien is het genoeg om vandaag te weten: alles wat je voelt, wil jou ergens naartoe begeleiden. En je lichaam weet de weg.





