Je lichaam is geen machine die aangestuurd moet worden. Het is een levend systeem dat voortdurend afstemt, bijstuurt en herstelt.
Zelfs nu je dit leest, is je lichaam bezig. Je hart past zich aan, je adem verandert en je temperatuur regelt zich. Zonder dat jij daar iets voor hoeft te doen. Dat heet zelfregulatie. Maar je zou ook kunnen zeggen: je lichaam weet hoe het moet leven.
Wanneer je beweegt, past het zich aan. Wanneer je rust, schakelt het bij. Wanneer er spanning is, zoekt het naar ontlading. Wanneer er veiligheid is, naar herstel.
Niet perfect. Wel voortdurend.
Soms raakt dat proces wat uit balans. Bijvoorbeeld door langdurige stress, té grote ervaringen, of door momenten waarop je lichaam te lang moest volhouden.
Dan lijkt het alsof je lijf niet meer vanzelf meewerkt en misschien zelfs tegenwerkt.
Maar ook dan probeert je lijf nog steeds voor je te zorgen. Zelfregulatie betekent niet dat alles altijd rustig is. Het betekent dat je lichaam steeds opnieuw zoekt naar evenwicht.
Naar wat op dat moment mogelijk is.
Wat helpt, is niet harder sturen of oplossen maar ruimte maken, luisteren en vertragen. Want zodra je lichaam merkt dat het niet hoeft te presteren, komt zijn wijsheid weer naar voren.
Misschien is het genoeg om vandaag te weten:
Je lichaam is niet kapot en hoeft niet gerepareerd te worden.
Het is altijd alleen maar bezig om zichzelf in balans te brengen.





