In het dagelijks leven doe je veel op dezelfde manier.
Omdat het zo uitkomt, omdat het moet of omdat het werkt.
Je lichaam leert een gewoonte makkelijk aan, en al snel voelt een bepaalde manier van doen als normaal.
Krijg meer ruimte
Ik zie in mijn werk dat een lichaam soms iets ánders nodig heeft om weer ruimte te voelen: Een andere beweging.
Als je bijvoorbeeld veel met je armen naar voren werkt, kent je lijf vooral het reiken en dragen. Dat voelt logisch, want dat is wat je elke dag doet.
De andere beweging is dan niet: het beter doen. Maar even iets doen wat je lijf minder goed kent. Zoals je rug laten dragen, je borst laten openen of je lichaam laten rusten. In het begin voelt dat soms vreemd. Alsof je niks doet en alsof het niet telt. Maar je lijf merkt het meteen.
Zoals een schaatser die altijd dezelfde kant op rijdt. Dat gaat vanzelf. Het lichaam weet hoe het moet. Maar één rondje de andere kant op maakt iets los, omdat het anders is. En dan ineens voelt het lijf weer meer als één geheel.
Zo werkt het ook bij rusten, leunen en blijven. Als je altijd doorgaat, voelt stilliggen onwennig. Als je altijd rechtop blijft, kan achteroverleunen even wennen zijn.
Meer ontspanning
En vaak merk je daarna iets kleins: Dat je adem dieper zakt, dat je kaken loslaten en dat je lijf iets meer ruimte krijgt. Niet omdat je het zo bedacht, maar omdat je lichaam het herkende.
Kies vandaag eens één moment waarop je iets doet wat je lichaam niet gewend is.
Niet om te veranderen, maar om je lijf te laten merken dat er meer dan één manier is om aanwezig te zijn.





